De bezoldigingstheorie ontleed: is de verloning in natura nog steeds een fiscale discussie?

Een vennootschap stelt aan haar bedrijfsleider een woning, appartement, wagen, gsm, laptop enz… ter beschikking. Het voordeel wordt correct op fiche vermeld en bij de bedrijfsleider in de personenbelasting belast als voordeel van alle aard, als onderdeel van zijn bezoldiging. De vennootschap trekt de kosten in principe af als bezoldigingskost. Op het eerste gezicht lijkt dat logisch: wat belast wordt bij de bedrijfsleider, is aftrekbaar bij de vennootschap.

Maar zo eenvoudig is het al lang niet meer.

In de praktijk wordt de aftrekbaarheid van verloning steeds vaker in vraag gesteld, waarbij de fiscus teruggrijpt naar artikel 49 WIB 92 om de economische verantwoording van de kost te toetsen. Sinds het Hof van Cassatie duidelijk maakte dat de belastbaarheid bij de bedrijfsleider niet automatisch leidt tot aftrekbaarheid in de vennootschap, staat de klassieke bezoldigingstheorie onder druk. De vennootschap moet aantonen dat de toegekende voordelen een vergoeding vormen voor werkelijke prestaties die in het belang van de onderneming worden geleverd. Die lijn werd onder meer bevestigd in Cass. 14 oktober 2016 en Cass. 21 oktober 2022.

Die benadering beperkt zich niet tot voordelen in natura, maar geldt in principe voor de volledige bezoldiging van de bedrijfsleider, inclusief de geldbezoldiging, die eveneens economisch moet kunnen worden verantwoord, ook tantièmes uit de winstverdeling.

De discussie wordt nog scherper door de verhoging van de minimale bezoldiging van 45.000 naar 50.000 euro in het kader van de hervorming van de personenbelasting. Vennootschappen die hun bezoldiging optrekken om het verlaagd tarief te behouden, zullen dus moeten onderbouwen waarom die verhoging zakelijk verantwoord is. Een loutere verwijzing naar het behalen van het verlaagd tarief volstaat niet. Wanneer uit de feiten blijkt dat de verhoging enkel fiscaal is ingegeven, kan dat net de aftrekbaarheid onder druk zetten.
In essentie komt het erop neer dat artikel 49 WIB 92 steeds vaker het vertrekpunt wordt: niet de kwalificatie als “bezoldiging” telt, maar de economische realiteit erachter.

Vooral bij vastgoedconstructies blijft dit tot discussie leiden. Recente rechtspraak brengt daarbij nuance: het bewijs van werkelijk geleverde prestaties kan volstaan, zonder dat tegenover elk voordeel in natura afzonderlijke prestaties moeten staan. Een te strikte benadering zou immers neerkomen op een beoordeling van het verloningsbeleid zelf, wat niet de rol van de fiscus is.

Toch biedt de bezoldigingstheorie niet altijd een sluitende basis voor de aftrek van vastgoedkosten. In die gevallen wordt soms teruggegrepen naar de meerwaardetheorie. Daarbij verschuift de focus van verloning naar het investeringskarakter van het onroerend goed. De vennootschap moet dan aantonen dat het goed werd verworven met het oog op het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten. Een effectief gerealiseerde meerwaarde kan dat standpunt ondersteunen, maar een loutere verwachting volstaat niet.

Deze evoluties roepen in de praktijk onder meer volgende vragen op:

  • Wanneer kan een vennootschap kosten niet aftrekken, ook al worden ze belast bij de bedrijfsleider?
  • Wanneer volstaan werkelijke prestaties als verantwoording voor verloning in natura?
  • Hoe ver kan de administratie gaan in het eisen van specifieke prestaties?
  • Met welke stukken kan men die prestaties in de praktijk aantonen?
  • Wanneer houdt de bezoldigingstheorie geen stand meer bij vastgoed?
  • Wanneer biedt de meerwaardetheorie een alternatief?
  • Welke elementen bewijzen het investeringskarakter concreet?

Tijdens dit seminarie krijgt u een praktisch overzicht van zowel de bezoldigingstheorie als de meerwaardetheorie. We bekijken hoe ver de aftrekbaarheid vandaag reikt, welk bewijs in de praktijk wordt aanvaard en hoe werkelijke prestaties kunnen worden onderbouwd met onder meer notulen, contracten en feitelijke elementen.

Daarnaast gaan we in op de grenzen van de bezoldigingstheorie en de situaties waarin vastgoedkosten niet langer via verloning kunnen worden verantwoord. In die gevallen is een alternatieve benadering aangewezen. We passen deze principes toe op concrete dossiers en bekijken wanneer een standpunt verdedigbaar blijft in een fiscale controle.

Tot slot tonen we hoe een goed onderbouwde en gedocumenteerde verlonings- en investeringspolitiek discussies met de fiscus kan helpen vermijden.
 

Certified Tax Accountant en Partner Vandelanotte, Gastprofessor KU Leuven, Prof. FHS
Prijs:
€ 210

Het seminarie duurt 3,5 uur. 

U heeft de keuze tussen: 

  • het seminarie FYSIEK volgen op locatie in BRUSSEL, of
  • het seminarie volgen via LIVESTREAMING (real time), of
  • het seminarie UITGESTELD bekijken (on demand). 


Iedere deelnemer ontvangt na het beantwoorden van de aanwezigheidsvragen en de afsluitende toets, zowel bij een seminarie op locatie, een real time- als een on-demand-seminarie, een attest erkend door de volgende instituten:

  • het ITAA (categorie A);
  • het I.B.R.;
  • het BIV (na goedkeuring);
  • de Vlaamse Balies;
  • de Nationale Kamer van Notarissen. 
-

Brussel - Odisee

Odisee Brussel

Stormstraat 2
1000 Brussel
België

Op map tonen

Bereikbaarheid: De campus is heel gemakkelijk te bereiken: te voet of met de fiets, met het openbaar vervoer, of met de auto.
Het station Brussel-Centraal ligt op wandelafstand van de campus. Om vanuit Brussel-Centraal tot aan de campus te geraken, volg je vanuit de grote hal van het station de Keizerinnenlaan. De vierde straat links is de Stormstraat.
De campus is vlot bereikbaar vanop de kleine ring rond Brussel.

Parking: de deelnemers aan de seminaries en de causerieën (met uitzondering van de Grondige Snelcursussen) ontvangen een gratis parkingticket dat enkel geldig is voor de volgende parkings:

 

PRINT

PRINT

-

Real time

Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen. 

-

On demand

Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip. 

Bezoldigingstheorie