Vaste inrichting in de inkomstenbelastingen: risico’s, opportuniteiten en aandachtspunten
Dankzij de toenemende globalisering zetten steeds meer ondernemingen de stap naar het buitenland. Dat kan gaan van het leveren van goederen of diensten in een andere staat tot het uitbouwen van een meer duurzame aanwezigheid op een buitenlandse markt. Omgekeerd ontwikkelen ook buitenlandse ondernemingen steeds vaker activiteiten in België.
Zodra die activiteiten voldoende structureel worden, rijst de vraag of er een (belastbare) vaste inrichting ontstaat. Dat is een cruciale kwalificatie in de inkomstenbelastingen en het internationaal fiscaal recht, omdat zij bepaalt in welke mate winsten aan een staat worden toegewezen en hoe de heffingsbevoegdheid tussen staten wordt verdeeld in grensoverschrijdende situaties. Een buitenlandse expansie brengt dus niet alleen commerciële opportuniteiten mee, maar ook potentieel extra fiscale verplichtingen en risico’s.
We brengen voor u een duidelijk overzicht van het begrip vaste inrichting. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de Belgische regels, maar vooral naar de rol van de dubbelbelastingverdragen en de manier waarop deze in de praktijk worden toegepast. Ook wordt stilgestaan bij recente standpunten van de rulingdienst en evoluties in de internationale context.
Eerst wordt ingegaan op de vraag wanneer een vaste inrichting ontstaat. Daarbij komt zowel de materiële vaste inrichting aan bod, waarbij een onderneming beschikt over een vaste bedrijfsinrichting, als de personele vaste inrichting, waarbij de aanwezigheid van werknemers of afhankelijke vertegenwoordigers doorslaggevend is. De criteria van duurzaamheid, beschikkingsrecht en de aard van de activiteiten worden daarbij concreet toegelicht.
Vervolgens wordt de impact van dubbelbelastingverdragen besproken. Deze verdragen, geïnspireerd op het OESO Modelverdrag, bepalen wanneer een vaste inrichting aanwezig is en hoe de heffingsrechten tussen staten worden verdeeld. De interpretatie aan de hand van de OESO commentaar speelt hierbij een centrale rol en evolueert voortdurend onder invloed van internationale ontwikkelingen.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan specifieke situaties waarin het risico op een vaste inrichting vaak wordt onderschat. Denk aan vertegenwoordigers die contracten onderhandelen of afsluiten in het buitenland, bouw en installatiewerken die een bepaalde duur overschrijden, of activiteiten die niet langer als louter voorbereidende of ondersteunende werkzaamheden kunnen worden beschouwd.
Ook de opkomst van telewerk komt aan bod. Structureel grensoverschrijdend thuiswerk kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot een vaste inrichting, afhankelijk van onder meer de duurzaamheid van de situatie, het beschikkingsrecht van de onderneming en de aard van de uitgeoefende activiteiten. Recente internationale richtlijnen werken daarbij onder meer met een 50 %-benadering en het bestaan van een reële economische of commerciële aanwezigheid.
Vervolgens wordt stilgestaan bij de fiscale gevolgen van het bestaan van een vaste inrichting en komt ook de praktische kant aan bod. Welke fiscale verplichtingen brengt een vaste inrichting concreet met zich mee? Welke verplichtingen gelden voor buitenlandse ondernemingen die in België actief zijn en hier een vaste inrichting hebben?
Tot slot wordt ingegaan op een aantal strategische keuzes. Wanneer is werken via een vaste inrichting aangewezen en wanneer wordt beter geopteerd voor een dochtervennootschap? Ook specifieke regels zoals de behandeling van verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen [BV1.1]worden besproken.
Dit seminarie vertrekt vanuit herkenbare praktijksituaties en vertaalt de regelgeving naar concrete aandachtspunten. U krijgt zo een duidelijk beeld van de belangrijkste risico’s en hoe u die in de praktijk kan inschatten en beheersen. Daarbij komen volgende vragen o.a. aan bod:
- Wanneer ontstaat een vaste inrichting onder Belgische wetgeving en onder het OESO- model verdrag?
- Wanneer is er sprake van een materiële vaste inrichting?
- Wanneer leidt de aanwezigheid van personeel tot een personele vaste inrichting?
- Wanneer leidt een vertegenwoordiger of agent tot een vaste inrichting?
- Welke rol spelen duurzaamheid en beschikkingsrecht bij de beoordeling van een vaste inrichting?
- Wanneer worden activiteiten als kernactiviteiten beschouwd en wanneer als voorbereidende of ondersteunende activiteiten?
- Wanneer ontstaat een vaste inrichting in het kader van bouw- of installatiewerkzaamheden?
- Wat is de rol van de dubbelbelastingverdragen bij de beoordeling van een vaste inrichting?
- Hoe moet het begrip vaste inrichting worden geïnterpreteerd volgens het OESO‑Modelverdrag en de commentaar?
- Wanneer kan grensoverschrijdend telewerk leiden tot een vaste inrichting?
- Welke betekenis heeft de 50 %-drempel bij de beoordeling van een thuiswerkplek?
- Wat wordt bedoeld met een commerciële reden voor de aanwezigheid in een andere staat?
- Wanneer staat een thuiswerkplek ter beschikking van de onderneming?
- Hoe worden winsten toegerekend aan een vaste inrichting?
- Welke rol speelt het arm’s‑lengthbeginsel bij deze winstallocatie?[BV2.1]
- Hoe wordt dubbele belasting vermeden wanneer een vaste inrichting wordt aangenomen?
- Welke aangifte- en documentatieverplichtingen zijn van toepassing?
- Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten volgens recente rulings en administratieve standpunten?
- Wanneer is werken via een vaste inrichting aangewezen en wanneer via een dochtervennootschap?
- Hoe worden verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen behandeld en wat houdt de recapture‑regeling in?
26/87 B - BRUSSEL | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur | 9305
26/87 B - BRUSSEL | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur In winkelkar:26/87 B - BRUSSEL | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur
26/87 R - REAL TIME | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur | 9307
26/87 R - REAL TIME | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur In winkelkar:26/87 R - REAL TIME | 14/12/2026 van 9.30 tot 13.00 uur
26/87 O - ON DEMAND | Beschikbaar vanaf 16/12/2026 | 9308
26/87 O - ON DEMAND | Beschikbaar vanaf 16/12/2026 In winkelkar:26/87 O - ON DEMAND | Beschikbaar vanaf 16/12/2026
Het seminarie duurt 3,5 uur.
U heeft de keuze tussen:
- het seminarie FYSIEK volgen op locatie in BRUSSEL, of
- het seminarie volgen via LIVESTREAMING (real time), of
- het seminarie UITGESTELD bekijken (on demand).
Iedere deelnemer ontvangt na het beantwoorden van de aanwezigheidsvragen en de afsluitende toets, zowel bij een seminarie op locatie, een real time- als een on-demand-seminarie, een attest erkend door de volgende instituten:
- het ITAA (categorie A);
- het I.B.R.;
- het BIV (na goedkeuring);
- de Vlaamse Balies;
- de Nationale Kamer van Notarissen.
Brussel - Odisee
Stormstraat 2
1000 Brussel
België
Bereikbaarheid: De campus is heel gemakkelijk te bereiken: te voet of met de fiets, met het openbaar vervoer, of met de auto.
Het station Brussel-Centraal ligt op wandelafstand van de campus. Om vanuit Brussel-Centraal tot aan de campus te geraken, volg je vanuit de grote hal van het station de Keizerinnenlaan. De vierde straat links is de Stormstraat.
De campus is vlot bereikbaar vanop de kleine ring rond Brussel.
Parking: de deelnemers aan de seminaries en de causerieën (met uitzondering van de Grondige Snelcursussen) ontvangen een gratis parkingticket dat enkel geldig is voor de volgende parkings:
- Parking Grote Markt, Grasmarkt 104, Brussel (inrit rechtover het Centraal Station)
- Parking Munt, Muntplein 25, Brussel
- Parking Schildknaap, Schildknaapstraat 15-17, Brussel
Real time
Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen.
On demand
Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip.